Watertoets kan beter

13/07/2011

huis in overstroomd gebiedDe huidige watertoets werkt niet zoals het hoort, zeggen de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) na een grondige evaluatie van de knelpunten. Enkele recente overstromingen van nieuwbouwwoningen tonen aan dat de watertoets niet aan alle verwachtingen voldaan heeft . Daarom willen de twee raden aanpassingen aan de toets. Zo moet de Vlaamse overheid efficiëntere procedures uitwerken op het juiste administratief niveau en weigeringen van bouwvergunningen beter motiveren. Bij een bouwverbod moet een eerlijke schaderegeling voorzien worden.

 

 

Knelpunten van de watertoets

Na de zware overstromingen van november 2010 keurde het Vlaams Parlement vorige donderdag een resolutie goed over het beheersen van de wateroverlast in Vlaanderen. Een van de aandachtspunten daarbij is de watertoets die de overheid sinds 2006 bij elke bouwvergunning of goedkeuring van plan of programma moet uitvoeren. Als blijkt dat de bouwplannen duidelijk schade zullen toebrengen aan het watersysteem, moet de bouwheer op zoek naar alternatieven of compenserende maatregelen. Mooi in theorie, maar in de praktijk werkt de watertoets niet zoals het moet. Aanleiding voor de Minaraad en SERV om een advies uit te brengen met concrete aanbevelingen ter verbetering van de toepassing van deze toets.

Een van de voornaamste knelpunten is dat overheden soms aan de verkeerde instanties een wateradvies vragen. Bovendien richt dat wateradvies zich niet altijd op de relevante aspecten. Bijkomende richtlijnen voor de ambtenaren zouden hier al veel aan verhelpen. Verder stellen de raden vast dat ongunstige adviezen te weinig gemotiveerd worden. Een betere motivatie geeft de aanvrager de kans zijn project aan te passen zodat het toch kan doorgaan.

Negatieve watertoetsen vermijden

Een weigering van een stedenbouwkundige vergunning omwille van een negatieve watertoets kost tijd en geld, zowel voor de aanvrager als voor de vergunning- en adviesverlenende overheden. Daarom willen de raden een aan te vinken vakje op de stedenbouwkundige aanvraag dat de aanvrager al meteen waarschuwt dat hij een project heeft in overstromingsgevoelig gebied. Zo kan hij vooraf al inspelen op de situatie en kort aangeven hoe hij er bij het ontwerp van het bouwplan rekening mee heeft gehouden. Momenteel is de informatie om te anticiperen op  een negatieve watertoets niet zomaar beschikbaar. De beide raden vragen dus dat de informatie toegankelijk wordt gemaakt voor alle initiatiefnemers. 

Watertoets op het juiste niveau

De overheid moet de mogelijke problemen voor het watersysteem ook op het juiste niveau aanpakken. Voor perceeloverschrijdende problemen lijkt het planniveau (RUP of verkavelingsvergunning)  het meest aangewezen. Tijdens de planopmaak moet men nagaan op welk niveau maatregelen op de meest kostenefficiënte manier kunnen aangepakt worden. Volgens de raden moeten maatregelen op planniveau zo concreet mogelijk uitgetekend worden. De aanpak moet ook garanderen dat de initiatiefnemer op vergunningsniveau nog maximale vrijheid heeft om – binnen stedenbouwkundige voorschriften – zijn project te realiseren zonder schade toe te brengen aan het watersysteem.

Schaderegeling bij bouwverbod

Wanneer de watertoets leidt tot een bouwverbod, moet het volgens SERV en Minaraad mogelijk zijn om een erfdienstbaarheid tot openbaar nut op te leggen. Omgekeerd moet de aanvrager van een vergunning op een perceel waarvoor de facto een bouwverbod opgelegd wordt een erfdienstbaarheid tot openbaar nut kunnen opeisen. Volgens de raden moet de vergoeding voor bouwverbod door erfdienstbaarheid inhoudelijk en financieel gelijk lopen met de planschade.

Een mogelijk alternatief voor de schaderegeling is de planologische ruil waarbij overheden eigen gronden in de ruiloperatie betrekken.

Meer info

Met vragen over de watertoets kan u terecht bij Dirk Uyttendaele (02 558 01 37) van de Minaraad of Annick Lamote (02 20 90 102) van de SERV.

Ook gevonden inMORASAR WGGVlaamse HavencommissieVlaamse Luchthavencommissie