Doorgroei-ondernemingen zijn belangrijk voor de Vlaamse economie. De SERV geeft een duidelijk signaal: bijsturing van het beleid is nodig. De SERV formuleert aanbevelingen om de werking van de huidige overheidsinstrumenten gericht op doorgroei-ondernemingen te verbeteren. Deze instrumenten bieden bovendien geen garantie voor voldoende financiële ondersteuning van doorgroei-ondernemingen in de toekomst. Daarom vraagt de SERV alternatieve financieringsbronnen op maat van doorgroei-ondernemingen te onderzoeken. Tot slot vraagt de SERV overnames te vergemakkelijken.
Karel Van Eetvelt, voorzitter SERV: "We moeten er naar streven Vlaamse spaarmiddelen te verankeren in Vlaamse bedrijven met doorgroeipotentieel."
De afgelopen jaren zijn veel potentiële doorgroei-ondernemingen in buitenlandse handen gekomen. Daardoor verhuizen beslissingscentra naar het buitenland en verdwijnen gunstige effecten op de Vlaamse economie. De Vlaamse overheid moet ervoor zorgen dat ondernemingen met een internationaal potentieel kunnen doorgroeien en tegelijk hun beslissingscentrum in Vlaanderen houden. Dat bevordert de ontwikkeling van de eigen regio. Dat gaat van de ontwikkeling van strategische ondernemersvaardigheden en economische activiteit (directe en indirecte werkgelegenheid) tot sociale dialoog.
Doorgroei-ondernemingen hebben nood aan financiering. De huidige Vlaamse overheidsinstrumenten voor financiële ondersteuning leveren beperkt resultaat op. De SERV formuleert vijf aanbevelingen:
De belangrijkste kanalen voor financiële ondersteuning voor ondernemingen zijn vandaag banken en overheidsinstrumenten. Via deze financieringskanalen zal de kapitaal-verstrekking de komende jaren in het beste geval een beetje groeien. De risicobereidheid zal niet toenemen. Meer financiële ondersteuning via overheidsinstrumenten – ook wanneer de politieke wil er is - is niet vanzelfsprekend. De overheid staat zelf ook voor budgettaire uitdagingen op vele domeinen. Dus: alternatieve pistes dienen onderzocht.
De SERV vraagt alternatieve financieringsbronnen op maat van doorgroei-ondernemingen te onderzoeken en wijst mogelijke pistes aan.
Voorbeelden zijn fondsen mee beheerd door de sociale partners in Vlaanderen en België en fondsen aangestuurd door de Vlaamse Regering. De SERV pleit ervoor te onderzoeken hoe de lange termijnbeleggingen van deze fondsen kunnen doorstromen naar binnenlandse doorgroei-instrumenten. Zo kunnen ze bijdragen aan de binnenlandse economische groei. Daarbij moeten uiteraard de doelstellingen en beleidsmarges van deze fondsen gerespecteerd worden en dient een minimaal beleggingsrisico gegarandeerd.
Spaartegoeden uit Vlaanderen en België moeten meer ingezet worden om doorgroei-ondernemingen te steunen. De SERV pleit ervoor te onderzoeken hoe dergelijke 'verankering van spaarmiddelen' op grootschalig niveau mogelijk wordt.
Ten slotte vraagt de SERV dat de Vlaamse Regering onderzoekt hoe Europese middelen, in het bijzonder via de Europese Investeringsbank, maximaal kunnen doorstromen naar financieringsinstrumenten voor Vlaamse doorgroeiondernemingen.
Doorgroei betekent ook dat ondernemingen, vooral familiale KMO's, een (Vlaamse) overnemer vinden. Daardoor blijft het beslissingscentrum (kennis en werkgelegenheid) in Vlaanderen verankerd. De Vlaamse overheid doet al inspanningen om bedrijfsoverdrachten te vergemakkelijken. Het Masterplan 'Opvolging en Overname' bundelt hiervoor een waaier van acties. Maar het kan altijd beter. De SERV pleit voor een permanente beoordeling met effectmetingen en het bestuderen van succesvolle buitenlandse voorbeelden als inspiratie om het Vlaamse systeem te verbeteren.
Voor meer informatie kan je terecht bij Christine Jacobs .



