SERV en Minaraad adviseren samen over het besluit inzake de invoering van openbare dienstverplichtingen m.b.t. risicobeheer, crisisbeheer en leveringszekerheid van drinkwater.
De raden formuleren in een briefadvies enkele bemerkingen bij dit besluit. Zij focussen hierbij op de bepalingen inzake de leveringszekerheid van drinkwater. Concreet gaat het over de verplichting voor de drinkwaterbedrijven om leverings- en langetermijnvoorzieningsplannen op te maken en nood(drink)watervoorzieningen te organiseren.
De Minaraad en de SERV waarderen dat VEA een stakeholdersconsultatie organiseert over de evaluatie en aanpassing van de EPB-regelgeving. De raden vinden de VEA-voorstellen een stap in de goede richting. Verder benadrukken de raden het belang van de studie over de kostenoptimale niveaus en een snelle actualisatie van de EPB-berekeningsmethodiek. Gebouwrenovatie is een prioriteit dat een groot energiebesparingspotentieel vertegenwoordigt en een groot aantal nieuwe banen kan opleveren.
De SERV en de Minaraad waarderen dat het Vlaams Energieagentschap (VEA) consulteert over indicatieve subdoelstellingen voor groene stroom voor 2013-2020. Het VEA-voorstel is echter onvoldoende onderbouwd en heeft onvoldoende aandacht in de bredere beleidscontext. De raden vragen om de effecten door te rekenen van een andere groene stroomdoelstelling, een andere groene stroommix en een andere timing voor de realisatie van die mix. De uiteindelijk vastgelegde groene stroomdoelen moeten het hernieuwbare energiebeleid echt 'aandrijven'.
In een gezamenlijk advies waarderen SERV en Minaraad dat de Vlaamse Regering een voorontwerp van decreet heeft uitgewerkt dat een aantal aanbevelingen uit een eerder gezamenlijk advies vertaalt in wijzigingsvoorstellen van het Milieuhandhavingsdecreet. De raden benadrukken wel dat een betere milieuhandhaving ook andere maatregelen vergt dan louter juridische. Inzake de voorziene verdere depenalisering van een aantal overtredingen, menen de raden dat de wijziging van de bijlagen bij het Milieuhandhavingsbesluit een grondig debat met alle betrokken partijen vereist.
De SERV is vragende partij voor een vereenvoudiging van het landschap van de sociale economie, voor een transparant en coherent beleidskader voor alle werkgevers en doelgroepwerknemers en voor de verankering van het concept individuele en collectieve inschakeling. Ook hecht de SERV veel belang aan het inbouwen en verankeren van het doorstroomperspectief in de maatregelen van de sociale economie.
De SERV heeft naar aanleiding van de advisering van eerdere programmadecreten reeds herhaaldelijk afgekeurd dat in een begeleidingsdecreet bij de begroting maatregelen worden vastgelegd die dit kader overstijgen. Structurele en grondige wijzigingen worden best afzonderlijk via zelfstandige decreten geregeld. Deze werkwijze biedt meer waarborgen voor een grondige, afgewogen advisering, ernstige parlementaire behandeling en een coherente en transparante regelgeving.
Het voorontwerp van decreet wijzigt de regelgeving ter voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Deze regelgeving werd al vaak aangepast, maar tot dusver nog niet grondig geëvalueerd. De SERV dringt aan op een evaluatie van de doelmatigheid van de heffingen en de subsidies. Met het oog hierop is er volgens de raad nood aan een betere opvolging van een aantal kerncijfers over geregistreerde leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.
De SERV geeft een positief advies over het ontwerpbesluit over loopbaanbegeleiding dat o.a. de continuïteit voor de erkende loopbaancentra en een duidelijk reglementair kader voor (externe) loopbaanbegeleiding omvat. Het VESOC-akkoord Loopbaanbeleid vormt de ruggengraat van dit ontwerpbesluit met een versterking van de toegang tot loopbaanbegeleiding, marktverbreding en een oplossing voor een aantal eerder vastgestelde knelpunten als resultaat. De sociale partners werden nauw betrokken bij het voorbereidend denkproces van dit ontwerpbesluit.
De sociale partners konden geen advies met consensus bereiken. De afzonderlijke standpunten werden aan de bevoegde minister bezorgd.
Meer informatie over deze standpunten kan je opvragen bij:
De Vlaamse Regering moet dringend bijkomende interne klimaatmaatregelen voorzien die technisch uitvoerbaar en economisch haalbaar zijn en waarvoor een draagvlak wordt opgebouwd, vooral voor gebouwen en mobiliteit. Dat zeggen de Minaraad, SERV en SALV in een gezamenlijk advies over het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020, dat bestaat uit een Mitigatieplan en een Adaptatieplan. Het Mitigatieplan moet ook voorzien in een sluitend kader voor het gebruik van flexibiliteitsmechanismen en in een verzekerde financiering.
De SERV onthaalt de voorgestelde bijsturingen van de KMO-portefeuille positief. De KMO’s hebben alle belang bij enerzijds een begeleiding bij de implementatie van het door een erkende dienstverlener verstrekte advies en anderzijds coaching bij de overdracht van een onderneming of het uitwerken van een groei-actieplan.
Globaal beschouwd kan de SERV de beleidsstrategische intentie om via slimme specialisaties economische vernieuwing na te streven onderschrijven. In het Pact 2020 van 19 januari 2009 hebben de Vlaamse sociale partners en de Vlaamse regering dergelijk speerpuntclusterbeleid als één van de sleutelcomponenten van een economisch transformatiebeleid naar voor geschoven.
De SERV onderschrijft het opzet van de uitbreiding van de bestaande Gigarant-regeling. Door dit wetgevend initiatief van de Vlaamse regering kan Gigarant de oprichting van alternatieve financieringstypes faciliteren zodat zij een aantrekkelijke rating krijgen voor lange termijn investeerders. De opgehaalde middelen kunnen vervolgens aangewend worden voor het toekennen van lange termijnkredieten aan ondernemingen en lange termijnfinanciering van infrastructuurprojecten.
De SERV vraagt daarnaast aandacht voor een aantal aanverwante aspecten.
2012 stond voor de Vlaamse sociale partners in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) in het teken van de zesde staatshervorming. Naast het 'gewone' advieswerk bogen de sociale partners zich in werkgroepen over de gevolgen van deze staatshervorming. Dit resulteerde in een breed SERV-akkoord over de visie en de verantwoordelijkheden die de sociale partners willen opnemen in dit veranderende landschap.
Naar aanleiding van het groenboek voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) stelt de SERV in zijn advies dat een betere wisselwerking en afstemming tussen het energiebeleid en het ruimtelijk beleid nodig zijn. Vandaag blijven de ruimtelijke consequenties van de transitie naar een duurzaam energiesysteem vaak onderbelicht in het energiedebat. Omgekeerd heeft het ruimtelijk beleid het moeilijk om goed in te spelen op de gewenste evoluties in de energiesector.
In dit onderzoek wordt gezocht naar een stand van zaken van de werkstresspreventie in de praktijk bij de Vlaamse ondernemingen en organisaties.
De situatie op de Vlaamse energiemarkt toont dat er behoefte blijft aan een sterke, onafhankelijke energieregulator. De belangrijke nieuwe bevoegdheid van de VREG voor de regulering van de distributienettarieven in uitvoering van de 6e staatshervorming vergroot die behoefte nog. Die nieuwe tariefbevoegdheid en de geplande taakherschikking door de VREG zelf, vormen een goed moment om de noodzakelijke hervormingen door te voeren in de werking en omkadering van de VREG.



